Netnummers

Een netnummer, oftewel een zonenummer in het Vlaams, bestaat uit drie of vier cijfers. Deze vormen het eerste gedeelte van een telefoonnummer. Vroeger heette het netnummer een kengetal. Toen automatisch interlokaal bellen mogelijk werd, werden deze nummers ingevoerd. Voordat deze ingevoerd werden, moest je naar een telefoniste bellen aan wie je vervolgens de plaatsnaam doorgaf. Een netnummer bestaat uit interlokaal toegangsnummer en begint meestal met de 0. Vervolgens is hier een specifiek netnummer aan gekoppeld dat gelijk staat aan een bepaalde regio. Wanneer een onbekend nummer je belt, kun je dus al zien uit welke regio de beller komt. Dit is wel alleen zo wanneer je gebeld wordt door een vast nummer.

Abonneenummer

Behalve het netnummer bestaat er ook nog het abonneenummer. Dit is het nummers dat gelijk na het netnummer komt en bestaat uit zes of zeven cijfers. Het netnummer en het abonneenummer samen vormt dus het gehele telefoonnummer. Wanneer je vanuit het buitenland naar een Nederlands nummer belt, dan toets je eerst het landnummer in, namelijk +31, en dan de rest van het netnummer. Wanneer je in Nederland naar een andere regio wilt bellen, moet je het hele netnummer plus de nul intoetsen. De netnummers horen bij specifieke regio’s, maar je hebt ook netnummers voor bijvoorbeeld gemeenten en servicenummers.